"Papa? Sinterklaas komt er aan, hè? Met de boot, hè?"
"Inderdaad. Met veel Zwarte Pieten."
"Uit Spanje! Daar woont hij in de kerk. Met Maria!"
"Met Maria?!"
"Ja papa, met Maria. Sinterklaas woont in de kerk en Maria onder de klok!"
"Onder de klok? Oh, enne, maakt dat niet veel lawaai voor haar als de klok slaat?"
"Nee hoor, ze heeft kroketten in haar oren."
"Wat?!? Kroketten?"
"Ja, dat zegt mama als ik niet kan horen wat zij zegt."
"Je bedoelt als je niet luistert?"
"Ja. En Maria luistert ook niet!"
Nu wil ik toch het naadje van de kous weten. Die onbevlekte ontvangenis van Maria heb ik altijd al met een korrel zout genomen. Maar mijn zoon groeit op in twee huizen: met een vrijwel agnostische vader en een conservatieve katholiek als moeder. Tegen de rituelen en verhalen van de kerk van zijn moeder kan en wil ik niet op. Hier verliest de agnosticus het van de magische wereld van het kind. Niet erg, maar laat ik toch eens wat verder vragen…
"Dus Maria woont onder de klok Chris, in de kerk van Sinterklaas. En Zwarte Piet dan? Waar woont die?"
"Bij mama! En hij heet Stanley en hij is heel sterk! En hij is niet geverfd en echt heel sterk!"
Verdomd! Ze heeft toch weer een vriend! Vast die exotische hunk die laatst naar buiten kwam toen ik Chris te vroeg ophaalde. Waarom zègt ze dat niet gewoon?
"Mama moet hem opwinden." (ik verslik mij in mijn koffie)
"En dan gaat hij grommen en wiebelen." (dat geloof ik graag)
"Hij heeft een sleuteltje." (zie je wel!)
"In zijn rug."
"In zijn rug?! Heeft hij een sleutel in zijn rug? Hoe groot is Stanley?"
"Zo groot." (hij geeft een centimeter of dertig aan)
"Hij woont bij het bed op het kastje."
Ik grijns betrapt. Stanley is een zwarte speelgoedbeer met opwindmechaniek, die wij altijd plagend Zwarte Piet noemden en die met zijn armen kan zwaaien…
"Papa? Maria heeft een baby."
"Ja jongen, ik weet het, Jezus. Dan zal Sinterklaas wel de papa zijn, hè?" (even vals doen)
"Neeeeej! Die kan dat niet!"
"Sinterklaas is niet de papa? Waarom niet?"
"Die is veel te oud. Bijna net zo oud als papa." (eigen schuld, boemerang effect)
"Enne, waar woont Jezus dan? Ook in de kerk?"
"Nee, bij de Paashaas!" (kijk, DAT lijkt er meer op!)
"Bij de Paashaas… ik had het kunnen weten! Maarre, waar is dat dan?"
"In zijn holletje. Lekker warm."
We zijn nu toch lekker bezig, dus:
"En de Kerstman dan?"
"Uhm…. die woont daar ook! Met Spiderman!"
"Bij de Paashaas? Gezellig lijkt me dat. Hebben ze een Kerstboom?"
"Ja en heeeeeeel veel chocla eien!"
"Je bedoelt chocolade-eieren."
"Ja. Is heel moeilijk woord."
"Chocolade-eieren?"
"Ja, chocolade-eieren. Kan ik niet zeggen."
"Wat niet?"
"Chocolade-eieren."
Stilte....
"Papa?"
"Ja, jongen…"
"Wie was er eerst? Jezus of Christus?"
Heer, mogelijk bestaat u niet, maar voor het geval dat: help!