
Vorig jaar om deze tijd was het buiten kerstkoud, kerstwit en voelde ik me na mijn laatste werkdag irritant kerstmelancholisch. Twee dagen vrede op aarde, denken aan anderen en alles is liefde voor de boeg zorgt bij mij voor kortsluiting. Niet dat ik dan depressief ben, het is meer dat ik me dan uit naamloos principe wil verzetten tegen wereldvrede, omdat de halve wereld opeens voor is. Na die 2 dagen is de verhouding weer 363 dagen andersom en ben ik weer in balans.
Dit jaar is het klimaat weer lekker ozon-achtig en ben ik na mijn laatste werkdag naar huis gegaan met een ander gevoel. Net als mijn herfst (column d.d. 18-10-2011) wil ik er mijn kerst van maken. Twee dagen ben ik thuis weg en zoek ik mensen op met wie ik wil zijn en waarmee ik vier dat Robert ten Brink steeds irritanter wordt.
Gisteren ben ik naar Antwerpen vertrokken. Een fijne vriendin woont daar sinds kort en omdat ik dit jaar tegen mijn natuur wil ingaan had ik besloten om al het eet- en drinkbare uit mijn kerstpakket aan haar te geven. Gelukkig reageerde ze zoals ik hoopte: een aai over m’n rug en een blik van wat doe jij nou? Voor mij dé reden dat ik bij haar wil zijn. Een kerstpakket met afbakbroodjes, nougat, een fles cocktailvocht, hagelslag, thee en instant chocolademelk voegt geen drol toe aan onze kerstgedachte. Volgend jaar mag ik die ongemakkelijke weggeefactie-omdat-het-kerst-is dus weer opgetogen schrappen.
Morgen vertrek ik weer en ga kerstdag 2 vieren bij iemand aan wie ik een keramische waterkoker geef. Zat ook in mijn kerstpakket. Best een leuk ding eigenlijk …

