
Gisteren had ik het ongenoegen om uit de lucht te zijn. Mijn bejaarde laptop weigerde dienst en het ziet er naar uit dat ie besloten heeft om er binnenkort voorgoed mee op te houden. En zowaar, in die paar uur dat ik weg was lijk ik meer gemist te zijn geweest dan mijn vrienden in ’t echte leven me ooit zullen missen. Terwijl ik die toch zeker niet elke dag spreek. En da’s niet eens nodig, want juist die echte vrienden geven mij ’t gevoel dat ik bloed door m´n aderen heb stromen en geen glasvezel. En ik mag hopen, andersom.
Misschien ben ik ouderwets of internetgroen maar als ik zo´n boost heb gehad van een avond cyberdope, dan moet ik altijd even afkicken. Even in rehab. Rustig de virtuele stemmen van oude en nieuwe webvriendjes wegspoelen met een slok aardse stilte.
En dan, dan is ’t weer morgen.
Tijdens de slaap ben ik weer opgeladen om vol met nieuwe Matrix energie om mezelf weer vol verwachting in te laten pluggen in een wereld waar de lucht nog schoon is en de zon altijd schijnt. Want een van de eerste dingen die ik doe als ik op m´n werk kom is: (en nu allemaal in koor) jawel, de computer aanzetten.
Ik heb God gezocht op internet. Ik heb de pizzaboer gezocht op internet. Ik heb Sadam Hoesein gezocht op internet. Ik heb Sinterklaas gezocht op internet. Ik heb ex- vriendinnen gezocht op internet. Ik heb de krant gezocht op internet. Ik heb mezelf gezocht op internet. Ik heb censuur gezocht op internet. Ik heb werk gezocht op internet. Ik heb Tiësto gezocht op internet, kleding, films, wijsheden. Wat heb ik niet gezocht op internet. Echt alles is te vinden. En da´s nou precies de reden waarom ik vaak genoeg virtueel verkies boven real life. Om te vinden wat ik zoek. Of beter gezegd: om te zoeken wat ik graag wil vinden.
En toch, toch knaagt er iets bij me.
Want is het eigenlijk niet wat vreemd dat nota bene de media in reclamespotjes ouders er aan moeten herinneren dat het beter is om je kind buiten te laten spelen. Dat het ruiken van groen gras, de smaak van modder en het voelen van een blauwe plek door een stoeipartijtje een kind de roze blos weer op wangen terug geeft. En als ’t om mezelf gaat: is wat ik echt nodig heb niet gewoon af en toe de stilte van een goed boek en een kaars op tafel? Genieten van de dingen die we al eeuwen binnen handbereik hebben? Lucht, vuur, water en aarde. Kost niks en zijn in alle puurheid bedoeld en bedacht voor ons vermaak én welzijn.
Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn, maar af en toe vind ik echt dat ik een beetje overdrijf.






